Er zijn boekenkasten vol geschreven over systemisch werken en de toepassingsgebieden. Een nieuw vakgebied met allerlei termen welke we graag nader toelichten. Hiervoor hebben we het Systemische woordenboek bedacht. Hieronder tref je allerlei termen met hun definitie.
Systemisch Woordenboek
Het concept 'ziel' wordt niet gebruikt in een theologische context. Het moet eerder gezien worden in een fenomenologische context; iets dat in het lichaam ervaren kan worden. 'Ziel' kent gevoelens als eenzaamheid, hoop, verlangen, nabijheid en trouw. Als wij daarnaar luisteren, vertelt het ons wat het nodig heeft en wat het liefheeft. Wij vinden het essentieel mensen te helpen een onderscheid te maken tussen wat de ziel wil en nodig heeft en de druk die uitgaat van sociale conditionering, religieuze vooroordelen en politieke ideologieen.
Meer dan 25 jaar werken met deze methode heeft een aantal ordeningsprincipes opgeleverd die werkzaam zijn tussen mensen en waarvan een rustgevende werking uitgaat. Het is belangrijk van deze ordeningsprincipes geen algemene morele regels te maken. In de opstellingen wordt telkens zichtbaar wat een juiste ordening is voor dat specifieke systeem. Het signaal voor een juiste ordening is wanneer iedereen zich op zijn plaats prettig en ontspannen voelt. Behalve bij de juiste rijvolgorde van de 'eigen' kinderen zijn op ieder ordeningsprincipe weer uitzonderingen gebleken.
Families vormen een systeem waarbinnen een gezond evenwicht bestaat als ieder zijn of haar juiste plaats heeft en niemand wordt vergeten of buitengesloten. Minachting is ook een vorm van buitensluiten. Iedereen, ook de doden, hebben eenzelfde recht om erbij te horen. Als de 'regels' van het systeem niet gerespecteerd (kunnen) worden, ontstaan er zogeheten ‘verstrikkingen’ (onjuiste verhoudingen en posities) die oorzaak zijn van allerlei problemen binnen een familie. Bij diep ingrijpende gebeurtenissen in een familie zoeken de familieleden een oplossing om hiermee om te gaan. Vaak is dit een oplossing die een ongunstige uitwerking heeft op een volgende generatie. Bijvoorbeeld: Een kind sterft kort voor of na de geboorte. Ouders gaan met het verdriet om door te zeggen : "Kop op, het leven gaat door" en ‘vergeten’ het kind een eigen plaats in het gezin te geven. Het wordt bv. niet meegeteld in de kinderrij en niet herdacht. Een volgend kind krijgt dan als vanzelfsprekend deze plek (het wordt de tweede i.p.v. de derde). Soms zelfs met dezelfde naam. Dit zal tot verwarring leiden bij dit kind en bij alle andere kinderen.
Systemisch betekent dat verschijnselen gezien worden binnen de context waarin ze zich tonen en in relatie tot de geschiedenis waarmee ze samenhangen. Het houdt zich bezig met wederzijdse beinvloedingen en niet met rechtlijnig oorzaak-gevolg denken. Er wordt dus nietnaar geisoleerde personen met hun eigenschappen en hun gedrag gekeken, maar naar interakties binnen het systeem. Bij werken met familieopstellingen is het van belang welke feitelijke gebeurtenis(sen) in de geschiedenis van de familie het systeem uit evenwicht heeft/hebben gebracht.
Een morfogenetisch veld is een veld van energie van een bepaalde vibratie(frequentie), dat gebouwd wordt door alle levende wezens, zichtbaar en onzichtbaar, op onze planeet. Alle levende wezens, mensen, dieren en planten, hebben een bewustzijn en daardoor een emotioneel veld.
Met de methode van opstellingen maken we gebruik van twee zaken: kennelijk ontstaat er, zodra de representanten worden opgesteld, een soort veld waarin informatie over het gehele systeem beschikbaar komt. Rupert Sheldrake noemt dit een morfogenetisch veld, Albrecht Mahr spreekt van ‘het wetende veld'. Ten tweede heeft het menselijk lichaam kennelijk het vermogen om, eenmaal in zo'n veld geplaatst, iets waar te nemen over wat er speelt in het systeem. Het komt uiterst zelden voor dat iemand deze representerende waarneming niet kan doen.
Innerlijk besef van goed en kwaad, de gezamelijke al of niet bewuste voorstellingen en begrippen, waarnaar de mens de zedelijke waarde van eigen handelen beoordeelt. (Van Dale). Het geweten handelt in dienst van onze behoefte om ergens bij te horen. Het geweten bindt ons aan personen en groepen die noodzakelijk zijn voor de overleving.
Een genogram is een schematische weergave van de familiebanden. Het laat zien waar men vandaan komt (ouders en voorouders), de eventuele broers en zusters (incl. abortussen en jong gestorven kinderen) en alle belangrijke relaties, waaronder kinderen.
Interventies zijn methoden en technieken die je gebruikt om het gedrag van de client te veranderen en hun omstandigheden te beinvloeden. Dit heeft als doel om de kwaliteit van het leven van de client /samenleving te veranderen.
Systemisch werken (volgens Bert Hellinger)
Eén vorm van systeembenadering is de systemisch-fenomenologische beschouwingswijze zoals die door Bert Hellinger ontwikkeld is. Het is een filosofische houding van waarnemen van leven, dood, familiesystemen, organisatiesystemen en grotere maatschappelijke systemen. Fenomenologisch betekent onder andere het waarnemen van de werkelijkheid, zoals die zich voordoet, in zijn volle omvang, en zonder die te willen verklaren. Hellinger gebruikte opstellingen om die werkelijkheid waar te nemen. Na jaren van intense waarneming van familiesystemen kwam daaruit naar voren hoe bepaalde mechanismen in familie- en organisatiesystemen werkzaam zijn: dat wat hij noemde het ‘persoonlijk geweten' en het ‘collectieve geweten'. Die mechanismen, die in het systeem als geheel werken, zijn ook de basis van Hellinger's observaties over ordening, erbij horen en balans in geven en nemen. Gunthard Weber heeft, bij de eerste beschrijving van Hellingers werk, deze benadering kortweg ‘systemisch' genoemd.
Opstellingen zijn een methode. Een cliënt kiest representanten uit om wezenlijke elementen uit het systeem te representeren, bijvoorbeeld vader, moeder, broers en zus en iemand voor de cliënt zelf. Die representanten hoeven helemaal niets te weten over de werkelijke personen in de familie. Wanneer de cliënt hen geconcentreerd opstelt ten opzichte van elkaar, dan wordt opeens duidelijk welke dynamieken er in het gehele systeem spelen. Het opmerkelijke is dat de representanten, vanaf het moment dat zij zijn opgesteld, zich voelen zoals de personen die zij vertegenwoordigen. Soms hebben zij zelfs hun lichamelijke symptomen. Dit alles wordt beleefd zonder dat de representanten meer over de familie weten; zij weten enkel welke persoon zij vertegenwoordigen. Zo wordt keer op keer duidelijk dat tijdens een opstelling, via de representanten, een wetend krachtveld werkt tussen de cliënt en de leden van zijn systeem.
Benadering van verschijnselen die zich ertoe beperkt een verschijnsel zo grondig en nauwkeurig mogelijk te beschrijven; kijkend naar de “harde”feiten. Er wordt bewust geen theorie of andere hypothese geformuleerd over de oorzaken, de verklaringen, interpretaties of oplossingen van de waargenomen verschijnselen. Bij opstellingen benadert de opsteller de vraag van de cliënt vanuit deze grondhouding , zodat er maximale ruimte is voor wat het wetende veld ons wil tonen.
