Soorten opstellingen: overeenkomsten en verschillen. De afgelopen jaren zijn er heel veel varianten ontwikkeld op de klassieke Familieopstelling.
Vormen
- Organisatie-opstellingen
- Structuur – opstellingen
- Loopbaan – opstellingen
- Super- en Intervisie – opstellingen
- Onderwijs – opstellingen
- Jongeren – opstellingen
- Relatie – opstellingen
- Multiculturele – opstellingen
- Merk/Marketing – opstellingen
Hoewel de methode en manier van werken qua aanpak sterk verwant zijn, zijn er ook een aantal verschillen tussen de diverse soorten opstellingen.
Overeenkomsten
Enkele belangrijke overeenkomsten zijn:
- Uitgangspunt is telkens iemand met een “brandende” vraag: de vraagsteller
- De begeleider/opsteller verkent met de vragensteller welke belangrijke gebeurtenissen/personen/elementen deel uitmaken van het systeem waarop de vraag betrekking heeft
- De opsteller bepaalt welke elementen/personen deel uit zullen maken van de beginopstelling en de vraagsteller kiest daar representanten voor en stelt ze op.
- De vraagsteller volgt in eerste instantie het verloop van de opstelling op een plaats buiten de opstelling , want dit geeft een heel ander perspectief dan dat de vraagsteller er zelf middenin zit
- De opsteller kijkt naar de begin-opstelling en heeft vooral oog voor de dynamiek tussen de diverse opgestelde personen/elementen om zodoende patronen te kunnen ontdekken
- De opsteller bevraagt een of meer representanten
- De opsteller toetst enkele hypoheses door een of meer personen/elementen van plaats te laten veranderen of door ze bepaalde teksten te laten uitspreken
- Uiteindelijk wordt de eind-opstelling bereikt waarin ook de vraagsteller zelf is opgesteld. Deze eindopstelling levert minimaal een inzicht op voor de vraagsteller en vaak ook een oplossing(srichting) voor de gestelde vraag
Verschillen
Het is niet de bedoeling op deze plaats in detail alle verschillen tussen de diverse soorten opstellingen te behandelen, maar als illustratie hieronder een vergelijking tussen Familie–opstellingen en Organisatie–opstellingen. Deze lichten we toe, omdat wij in onze Systemische Proeverijen vooral hiermee werken.
Er zijn 3 in het oog springende verschillen:
- soort vraag/thema dat ingebracht wordt door de vraagsteller
- bijzondere gebeurtenissen/geheimen die aanleiding kunnen zijn voor verstoringen en verstrikkingen bij de vragensteller
- vaststelling van de systeemgrenzen: wie/wat hoort erbij en wie/wat niet
De vraag
- vragen/thema’s van familie–opstellingen hebben een privé-situatie als aanleiding
- vragen/thema’s van organisatie–opstellingen hebben een werk gerelateerde situatie als aanleiding
Bijzondere gebeurtenissen
Voorbeelden van gebeurtenissen die rondom een vraag of specifiek thema kunnen spelen, zijn:
- Familie – opstellingen : vroeg overleden familie-leden (ouders,broers,zussen), zware ziekte, geen contact met familie: “dood”-zwijgen, afwezige vader/moeder, scheidingen, verschillende nationaliteiten, verschillende geloofsovertuigingen, oorlogservaringen veteranen.
- Organisatie – opstellingen: fusies, onvrijwillig/gedwongen vertrek; slachtoffers van machtsmisbruik/machtsstrijd; mensen van wie de vakinhoudelijke bijdrage niet (meer) gerespecteerd wordt, lastige mensen die weggepest of weggepromoveerd worden; zwak leiderschap, fraude oplichting (zowel als slachtoffer en als dader).
Systeemgrenzen
Grenzen van het systeem gaat over plek, positie en rangorde / hiërarchie. Toelichting:
- Familie: in een familie is je plaats gedefinieerd door je geboorte en ook de volgorde van de familieleden ligt vast en is onveranderbaar. Je blijft je hele leven lid van je familie, zelfs als je dat niet meer wilt.
- Organisaties: in organisaties is je plaats vaak tijdelijk vastgelegd door veranderbare contracten. In organisaties kun je promotie maken en je kunt als je dat wilt afscheid nemen. De rangorde in een organisatie is veel minder eenduidig dan in een familie. Het is de uitkomst van een complex van factoren: anciënniteit; hiërarchie, meer/minder verantwoordelijkheid dragen; deskundigheid/vakmanschap.
Structuuropstellingen
Dit is een manier van opstellen die ontwikkeld is door Matthias Varga von Kibéd en Insa Sparrer. In deze opstellingen worden geen personen, maar bepaalde , met elkaar samenhangende elementen opgesteld in de ruimte.
Deze vorm wordt vaak gebruikt als het om abstracte thema’s gaat. Bijvoorbeeld als de vraag luidt : Wat hindert mij om……?
Je kunt in zo’n situatie representanten opstellen voor: het doel, de hindernis en “een onbekend thema dat ook speelt”.
Individuele opstellingen
Naast het werken in een groep met “levende” representanten is het ook mogelijk individuele opstellingen te doen. Hierbij zijn slechts de coach/begeleider en degene die een vraag heeft aanwezig.
In plaats van personen te gebruiken als representant wordt bijvoorbeeld gewerkt met Playmobil-figuren op tafel (tafel-opstelling) , met kussens of gekleurde vellen papier op de grond die bepaalde personen/elementen vertegenwoordigen.
In plaats van te luisteren en kijken naar de feedback van de representanten neemt de vraagsteller zelf een voor een de verschillende posities in en neemt daar waar hoe hij/zij zich daar voelt.
Deze laatste vorm passen Hans en Mark ook toe, tijdens de individuele gesprekken/begeleiding van mensen.
